Voordeel van de twijfel

Ik heb Twitter. Al een tijdje, maar ik plakte er tot op dit moment nog steeds het stempel ‘experiment’ op. Na bijna honderd berichten wordt het tijd om door te gaan met het idee dat dat voor onbepaalde tijd is. Niet dat ik voortdurend twitter. Om het leuk te houden beperk ik mij tot reacties op andere tweets en gemiddeld drie keer in de week een eigen bijdrage. Bijzonder is dat niet, want er zijn twitteraars met duizenden berichtjes op hun naam. Toch hebben al veertien geïnteresseerden zich aangemeld, omdat ze het blijkbaar interessant genoeg vinden om mij te volgen. Kun je nagaan wat er gebeurt zodra ik echt iets te melden heb.
Zoals de Amerikaanse actrice en zangeres Jessica Simpson. Het gerucht ging dat ze een kleinere cupmaat wilde om er slanker uit te zien op haar aanstaande huwelijk. Het nieuws dat daar niets van waar is, haalde vandaag de Telegraaf. Ze twitterde: ‘Maak je geen zorgen…Ik houd van mijn borsten! Ze gaan helemaal nergens heen!’ Gelukkig maar.
Om nieuws maakte ik geen account aan bij Twitter. Voor echt nieuws zijn 140 tekens (inclusief spaties) gewoonweg te weinig. Of toch niet? Zojuist voelde ik op de bank een trilling, de lamp bewoog en in de dressoirkast rinkelde wat serviesgoed. Niet veel later was de aardbeving in Nederland ‘trending topic’, wat wil zeggen dat een bepaald onderwerp ineens erg populair is. Er hing een soort spanning in de lucht. Misschien komt dat doordat het al donker was en niemand zich op straat begaf. Twitter gaf uitsluitsel. In mijn geval verdient deze manier van communiceren dus nog even het voordeel van de twijfel.

9 september 2011 · Categorie: blog


Twittergedicht

In een twitterbericht / is iedereen meteen op het einde gericht / alsof plots een eindig leven / backspace, backspace, laat me nog heel even

(exact 140 tekens)

13 juli 2011 · Categorie: gedicht


De dood

De dood, de dood, de dood
het bracht de stilte terug
In een wereld zonder tijd
weet niemand hoe stil het kan zijn
want de dood verdween weer vliegensvlug
geruisloos in de lange eeuwigheid
Weg van het leven dat jij genoot
De dood, de dood, de dood
zwart verdriet en grijs gemis
het is een zegen om te weten
dat de stilte vooral rustgevend is

31 januari 2011 · Categorie: gedicht


De laatste keer?

Natuurlijk wil ik dat! Voor twijfel was geen ruimte toen Riny van Boekhandel Polman mij vroeg een bijdrage te schrijven voor de allerlaatste nieuwsbrief. Na honderd edities stoppen ze ermee. Waar het vandaan komt weet ik niet, maar dit soort mededelingen doet altijd een weemoedig gevoel in mij opborrelen. Alsof je favoriete shampoo ineens uit de handel wordt genomen.
Ik mocht eerder een serie columns schrijven. De stukjes gingen over boekhandelgerelateerde zaken. Het was een fijne gedachte dat klanten de nieuwsbrief meekregen. Ik ging iedere maand langs om zelf een exemplaar te halen.
Na het overlijden van mijn vader is iets eindigen voor mij anders geworden, omdat je voor onbepaalde tijd geen afscheid meer van wat dan ook wilt nemen. Het is een vreemde gewaarwording dat zoiets als deze column je in een fractie van een seconde weer doet denken aan het verdriet en het gemis. Waarom is hij niet honderd edities oud geworden? Helaas is het leven niet zo simpel als het uitbrengen van een nieuwsbrief.
Volgens Riny is in hun geval de formule uitgewerkt. Dat is jammer, want juist de boekhandel doet er goed aan met regelmaat een nieuwsbrief op de toonbank te leggen. Niet eens in de eerste plaats vanwege boekennieuws. Een aanzienlijk deel van alle consumenten die boekhandels bezoekt, is geïnteresseerd in het verhaal achter boeken en leest graag over het hoe en waarom van de lezer. Samen met een overzicht van nieuwe boeken, een terugkerend stukje over het reilen en zeilen van de boekhandel, een strip en een bijdrage van een (bekende) schrijver, heb je een goed uitgangspunt.
Ik heb al eens eerder een column moeten schijven met de wetenschap dat het de laatste keer zou zijn. Welke woorden kies je in zo’n geval? Gelukkig blijft de boekhandel zelf gewoon bestaan en dus laat ik het maar bij een open einde. Wie weet wat de toekomst brengt…

16 juni 2010 · Categorie: blog


Verzamelwoede

Soms duik ik gewoon de kast in en trek ik een van mijn vele dossiermappen of schoenendozen open. Zittend op de grond, een stapel papier op schoot, ben ik omgeven door het verleden. Op die momenten omring ik mij het liefst met stilte. Vroeger bekeek ik de boekhouding van mijn ouders, waar ik destijds natuurlijk niets van begreep en die ik weer vlug wegstopte. De meeste keren ging ik regelrecht naar dat ene blauwe plastic koffertje waarin foto's, tegeltjes met handafdrukken van kleine kinderhandjes en felicitatiekaartjes van de eerste paar verjaardagen zaten. Er is wat dat betreft helemaal niets veranderd.

Tegenwoordig zijn het vooral verkleurde krantenknipsels, nieuwsbrieven, brochures en oude tijdschriften die het daglicht weer zien. Mappen vol artikelen met op de achterkant keurig de naam van het medium en de datum waarop het werd gepubliceerd. Sommige stukken stammen uit mijn basisschooltijd waarin ik samen met klasgenoten besloot een blad op te richten, een wekelijks A4'tje dat we Het Woensdagblad noemden. De stroom schrijfsels is sindsdien alleen maar aangezwollen. Dat blijkt wel uit een blik op mijn archief. In het verleden verklaarden verschillende mensen me voor gek. Wie bewaart nou alles wat hij schrijft? De verklaring is simpel: ik kan het niet over m'n hart verkrijgen iets weg te gooien. Ik hoef maar één ding met het oud papier mee te geven en de verzamelwoede van de afgelopen jaren is allemaal voor niets geweest. Nee, ik sta vierkant achter het idee van een archief. De woorden vragen erom.

Een beetje tegenstrijdig is het wel. Voor een computermagazine schreef ik over het eeuwig bewaren van je digitale vakantiefoto's, mp3'tjes, de administratie en wat dies meer zij. Dankzij moderne opslagtechnieken is het in theorie mogelijk alles tot in lengte van dagen te conserveren. Ik zou al mijn knipsels kunnen scannen en netjes rubriceren. Voorwaarde is wel dat ik dan af en toe moet controleren of de gegevens nog leesbaar zijn.

Waarom ben ik dan toch zo terughoudend en archiveer ik vrijwel niets op de moderne manier? Nou, soms moet je dwarsliggen en stevig vasthouden aan hoe je het altijd hebt gedaan. De herinneringen aan een opgroeiend leven en de tastbare bewijzen van een ambitie houd je niet levend door er op een beeldscherm naar te kijken. Scrollen moet bladeren zijn, de gloed van de monitor het warme licht van een bureaulamp, de reuk van opwarmende elektronica de muffige geur van oud papier en het vastlopen van de computer een kopstoot tegen een spant op zolder. Daar komt bij dat het papieren archief er over vijftig jaar nog steeds ligt zonder dat je ernaar hebt hoeven omkijken. Dat is met de huidige opslagtechnieken, hoe inventief ook, nog maar de vraag.

17 december 2008 · Categorie: blog


Ontdek!

Ik was abonnee van Vara TV Magazine omdat Boudewijn Büch er wekelijks een column voor schreef. Voor die tijd kocht ik het omroepblad geregeld los en bladerde dan meteen door naar het stukje tekst van krap zevenhonderdvijftig woorden waarin Büch de wereld van anderen beschreef en daarmee ook zijn eigen wereld deelde. De uitdieping van zijn fascinaties op televisie was nog mooier. Wie Goethe zegt, zegt Büch en wie het over de Dodo heeft, kan ook moeilijk om Büch heen. Hij bracht Elvis Presley tot leven. Ik ken de zanger doordat Büch plekken bezocht waar beroemde optredens hebben plaatsgevonden, het verhaal vertelde aan de hand van originele voorwerpen van Presley zelf. Van dichter Goethe bladerde hij door manuscripten, van de Dodo bezat hij een botje en van onbekende, maar daardoor niet minder belangrijke mensen weer andere voorwerpen. Vaak bezocht hij het graf van de persoon over wie hij het had. Zittend op het gras verhaalde hij dan over het leven van die persoon totdat hij uiteindelijk op het punt kwam dat je alleen nog maar naar de naam op de grafsteen hoefde te kijken om het verhaal te eindigen. En zo deed Büch het. Dat was mooie televisie. Zijn columns waren hetzelfde, maar moesten het met woorden doen. Büch maakte van het omroepblad een tijdschrift waarvan je geen enkele nummer wilt missen omdat je aan die ene rubriek verknocht bent geraakt en er niet zonder kunt. Dat op de plek van de column van Büch nu andere teksten staan, zegt niet dat de gids mijn gids niet meer is. Het blijft het blad waar Büch voor schreef en dat zal hij niet louter voor het geld hebben gedaan. Bovendien valt zijn naam nog geregeld, meer dan in andere gidsen. De schrijver heeft mij veel geleerd. Niet zozeer op taalgebied, maar wel als het gaat om dingen ontdekken door gebruik te maken van het verleden. Doordat voorbije tijden tot de verbeelding spreken en je het op je eigen manier een plek kunt geven, is ontdekken, je verdiepen in de geschiedenis van iets of het leven van iemand anders, al fascinerend op zich. En dat maakt de verhalen die je tijdens je ontdekkingsreis beetje bij beetje samenstelt nog bijzonderder dan ze al zijn.

1 oktober 2008 · Categorie: blog


Rust?

Zelfs een schrijver wordt de alledaagse stress soms te veel. In dergelijke gevallen is er eigenlijk maar één remedie tegen overbelasting en dat is totale onthouding. Op het moment van schrijven is de eerste week van een welverdiende vakantie alweer voorbij. Nog twee te gaan, in totaal vijftien vrije werkdagen achtereen! Die tijd gaat op aan een trip naar Valkenburg, een rit met de motor door Friesland en nog wat andere dingen die in alles afwijken van het normale dagelijkse leven. Door het vooruitzicht op een radicaal andere dagindeling, was het werk dat in eerste instantie zo deed verlangen naar een onderbreking, de afgelopen tijd juist een verademing. De laatste dagen voor kerst geven zo'n zelfde soort gevoel.

Ik probeer al het normale zoveel mogelijk links te laten liggen. Even geen verplichtingen. Bellers sta ik vriendelijk te woord, maar alleen in noodgevallen kom ik in actie. De voorgenomen rust moet gênante voorvallen voortaan voorkomen. Thuis keek men vreemd op toen ik ineens van de bank opsprong - nog half verzonken in een oppervlakkig dutje - en verschrikt bemerkte dat het reeds half negen was. Ik had om kwart voor acht bij de huisarts moeten zijn en over tien minuten verwachten ze me aan m’n bureau. Het duurde even voordat ik besefte dat het weliswaar half negen was, maar dat Philips Freriks toch echt het avondnieuws aan het verhaspelen was en ik er al een dag op had zitten.

Rust. In Valkenburg ging het de goede kant op, tot ik een verzameling teksten van Martin Bril wilde lezen. Het boek had ik toch echt bij de andere bagage gestopt. In dat ene boodschappenkratje... of toch dat andere? Was het thuis bleven liggen? Tegen beter weten in doorzocht ik de inhoud van mijn klerentas en daarna nog een keer de rest van onze tentinventaris. Er zat niets anders op dan een nieuw boek te kopen en zo geschiedde. Een bundel verhalen van schrijvers over hun band met het water en de kust. Onverwacht, maar boeiend genoeg om het verloren boek voor de rest van de week te doen vergeten.

Toch zat het me niet lekker. In gedachten bleef ik zoeken. Onzorgvuldig, zo bleek later. Op de avond voor we weer huiswaarts gingen, vond mijn vriendin het in het boodschappenkrat waarin ik mijn zoektoch begon. Een verklaring heb ik niet. Zoeken naar iets wat je kwijt bent, maakt je blind. De frustraties lopen op naarmate het langer onvindbaar is. Een boek kwijtraken vind ik een zonde. Ik kan het niet naast me neerleggen. Desnoods koop ik het nog een keer.

30 juli 2008 · Categorie: blog