De dood

De dood, de dood, de dood
het bracht de stilte terug
In een wereld zonder tijd
weet niemand hoe stil het kan zijn
want de dood verdween weer vliegensvlug
geruisloos in de lange eeuwigheid
Weg van het leven dat jij genoot
De dood, de dood, de dood
zwart verdriet en grijs gemis
het is een zegen om te weten
dat de stilte vooral rustgevend is

31 januari 2011 · Categorie: gedicht


De laatste keer?

Natuurlijk wil ik dat! Voor twijfel was geen ruimte toen Riny van Boekhandel Polman mij vroeg een bijdrage te schrijven voor de allerlaatste nieuwsbrief. Na honderd edities stoppen ze ermee. Waar het vandaan komt weet ik niet, maar dit soort mededelingen doet altijd een weemoedig gevoel in mij opborrelen. Alsof je favoriete shampoo ineens uit de handel wordt genomen.
Ik mocht eerder een serie columns schrijven. De stukjes gingen over boekhandelgerelateerde zaken. Het was een fijne gedachte dat klanten de nieuwsbrief meekregen. Ik ging iedere maand langs om zelf een exemplaar te halen.
Na het overlijden van mijn vader is iets eindigen voor mij anders geworden, omdat je voor onbepaalde tijd geen afscheid meer van wat dan ook wilt nemen. Het is een vreemde gewaarwording dat zoiets als deze column je in een fractie van een seconde weer doet denken aan het verdriet en het gemis. Waarom is hij niet honderd edities oud geworden? Helaas is het leven niet zo simpel als het uitbrengen van een nieuwsbrief.
Volgens Riny is in hun geval de formule uitgewerkt. Dat is jammer, want juist de boekhandel doet er goed aan met regelmaat een nieuwsbrief op de toonbank te leggen. Niet eens in de eerste plaats vanwege boekennieuws. Een aanzienlijk deel van alle consumenten die boekhandels bezoekt, is geïnteresseerd in het verhaal achter boeken en leest graag over het hoe en waarom van de lezer. Samen met een overzicht van nieuwe boeken, een terugkerend stukje over het reilen en zeilen van de boekhandel, een strip en een bijdrage van een (bekende) schrijver, heb je een goed uitgangspunt.
Ik heb al eens eerder een column moeten schijven met de wetenschap dat het de laatste keer zou zijn. Welke woorden kies je in zo’n geval? Gelukkig blijft de boekhandel zelf gewoon bestaan en dus laat ik het maar bij een open einde. Wie weet wat de toekomst brengt…

16 juni 2010 · Categorie: blog


Verzamelwoede

Soms duik ik gewoon de kast in en trek ik een van mijn vele dossiermappen of schoenendozen open. Zittend op de grond, een stapel papier op schoot, ben ik omgeven door het verleden. Op die momenten omring ik mij het liefst met stilte. Vroeger bekeek ik de boekhouding van mijn ouders, waar ik destijds natuurlijk niets van begreep en die ik weer vlug wegstopte. De meeste keren ging ik regelrecht naar dat ene blauwe plastic koffertje waarin foto's, tegeltjes met handafdrukken van kleine kinderhandjes en felicitatiekaartjes van de eerste paar verjaardagen zaten. Er is wat dat betreft helemaal niets veranderd.

Tegenwoordig zijn het vooral verkleurde krantenknipsels, nieuwsbrieven, brochures en oude tijdschriften die het daglicht weer zien. Mappen vol artikelen met op de achterkant keurig de naam van het medium en de datum waarop het werd gepubliceerd. Sommige stukken stammen uit mijn basisschooltijd waarin ik samen met klasgenoten besloot een blad op te richten, een wekelijks A4'tje dat we Het Woensdagblad noemden. De stroom schrijfsels is sindsdien alleen maar aangezwollen. Dat blijkt wel uit een blik op mijn archief. In het verleden verklaarden verschillende mensen me voor gek. Wie bewaart nou alles wat hij schrijft? De verklaring is simpel: ik kan het niet over m'n hart verkrijgen iets weg te gooien. Ik hoef maar één ding met het oud papier mee te geven en de verzamelwoede van de afgelopen jaren is allemaal voor niets geweest. Nee, ik sta vierkant achter het idee van een archief. De woorden vragen erom.

Een beetje tegenstrijdig is het wel. Voor een computermagazine schreef ik over het eeuwig bewaren van je digitale vakantiefoto's, mp3'tjes, de administratie en wat dies meer zij. Dankzij moderne opslagtechnieken is het in theorie mogelijk alles tot in lengte van dagen te conserveren. Ik zou al mijn knipsels kunnen scannen en netjes rubriceren. Voorwaarde is wel dat ik dan af en toe moet controleren of de gegevens nog leesbaar zijn.

Waarom ben ik dan toch zo terughoudend en archiveer ik vrijwel niets op de moderne manier? Nou, soms moet je dwarsliggen en stevig vasthouden aan hoe je het altijd hebt gedaan. De herinneringen aan een opgroeiend leven en de tastbare bewijzen van een ambitie houd je niet levend door er op een beeldscherm naar te kijken. Scrollen moet bladeren zijn, de gloed van de monitor het warme licht van een bureaulamp, de reuk van opwarmende elektronica de muffige geur van oud papier en het vastlopen van de computer een kopstoot tegen een spant op zolder. Daar komt bij dat het papieren archief er over vijftig jaar nog steeds ligt zonder dat je ernaar hebt hoeven omkijken. Dat is met de huidige opslagtechnieken, hoe inventief ook, nog maar de vraag.

17 december 2008 · Categorie: blog


Ontdek!

Ik was abonnee van Vara TV Magazine omdat Boudewijn Büch er wekelijks een column voor schreef. Voor die tijd kocht ik het omroepblad geregeld los en bladerde dan meteen door naar het stukje tekst van krap zevenhonderdvijftig woorden waarin Büch de wereld van anderen beschreef en daarmee ook zijn eigen wereld deelde. De uitdieping van zijn fascinaties op televisie was nog mooier. Wie Goethe zegt, zegt Büch en wie het over de Dodo heeft, kan ook moeilijk om Büch heen. Hij bracht Elvis Presley tot leven. Ik ken de zanger doordat Büch plekken bezocht waar beroemde optredens hebben plaatsgevonden, het verhaal vertelde aan de hand van originele voorwerpen van Presley zelf. Van dichter Goethe bladerde hij door manuscripten, van de Dodo bezat hij een botje en van onbekende, maar daardoor niet minder belangrijke mensen weer andere voorwerpen. Vaak bezocht hij het graf van de persoon over wie hij het had. Zittend op het gras verhaalde hij dan over het leven van die persoon totdat hij uiteindelijk op het punt kwam dat je alleen nog maar naar de naam op de grafsteen hoefde te kijken om het verhaal te eindigen. En zo deed Büch het. Dat was mooie televisie. Zijn columns waren hetzelfde, maar moesten het met woorden doen. Büch maakte van het omroepblad een tijdschrift waarvan je geen enkele nummer wilt missen omdat je aan die ene rubriek verknocht bent geraakt en er niet zonder kunt. Dat op de plek van de column van Büch nu andere teksten staan, zegt niet dat de gids mijn gids niet meer is. Het blijft het blad waar Büch voor schreef en dat zal hij niet louter voor het geld hebben gedaan. Bovendien valt zijn naam nog geregeld, meer dan in andere gidsen. De schrijver heeft mij veel geleerd. Niet zozeer op taalgebied, maar wel als het gaat om dingen ontdekken door gebruik te maken van het verleden. Doordat voorbije tijden tot de verbeelding spreken en je het op je eigen manier een plek kunt geven, is ontdekken, je verdiepen in de geschiedenis van iets of het leven van iemand anders, al fascinerend op zich. En dat maakt de verhalen die je tijdens je ontdekkingsreis beetje bij beetje samenstelt nog bijzonderder dan ze al zijn.

1 oktober 2008 · Categorie: blog


Rust?

Zelfs een schrijver wordt de alledaagse stress soms te veel. In dergelijke gevallen is er eigenlijk maar één remedie tegen overbelasting en dat is totale onthouding. Op het moment van schrijven is de eerste week van een welverdiende vakantie alweer voorbij. Nog twee te gaan, in totaal vijftien vrije werkdagen achtereen! Die tijd gaat op aan een trip naar Valkenburg, een rit met de motor door Friesland en nog wat andere dingen die in alles afwijken van het normale dagelijkse leven. Door het vooruitzicht op een radicaal andere dagindeling, was het werk dat in eerste instantie zo deed verlangen naar een onderbreking, de afgelopen tijd juist een verademing. De laatste dagen voor kerst geven zo'n zelfde soort gevoel.

Ik probeer al het normale zoveel mogelijk links te laten liggen. Even geen verplichtingen. Bellers sta ik vriendelijk te woord, maar alleen in noodgevallen kom ik in actie. De voorgenomen rust moet gênante voorvallen voortaan voorkomen. Thuis keek men vreemd op toen ik ineens van de bank opsprong - nog half verzonken in een oppervlakkig dutje - en verschrikt bemerkte dat het reeds half negen was. Ik had om kwart voor acht bij de huisarts moeten zijn en over tien minuten verwachten ze me aan m’n bureau. Het duurde even voordat ik besefte dat het weliswaar half negen was, maar dat Philips Freriks toch echt het avondnieuws aan het verhaspelen was en ik er al een dag op had zitten.

Rust. In Valkenburg ging het de goede kant op, tot ik een verzameling teksten van Martin Bril wilde lezen. Het boek had ik toch echt bij de andere bagage gestopt. In dat ene boodschappenkratje... of toch dat andere? Was het thuis bleven liggen? Tegen beter weten in doorzocht ik de inhoud van mijn klerentas en daarna nog een keer de rest van onze tentinventaris. Er zat niets anders op dan een nieuw boek te kopen en zo geschiedde. Een bundel verhalen van schrijvers over hun band met het water en de kust. Onverwacht, maar boeiend genoeg om het verloren boek voor de rest van de week te doen vergeten.

Toch zat het me niet lekker. In gedachten bleef ik zoeken. Onzorgvuldig, zo bleek later. Op de avond voor we weer huiswaarts gingen, vond mijn vriendin het in het boodschappenkrat waarin ik mijn zoektoch begon. Een verklaring heb ik niet. Zoeken naar iets wat je kwijt bent, maakt je blind. De frustraties lopen op naarmate het langer onvindbaar is. Een boek kwijtraken vind ik een zonde. Ik kan het niet naast me neerleggen. Desnoods koop ik het nog een keer.

30 juli 2008 · Categorie: blog


Boekenmarkt

Steeds vaker maakt de zondagse dienst plaats voor ongecompliceerd woongenot, maar het beste kun je er nog boekenmarkten in houden. De kerk van nu is de kerk van vroeger niet meer. Ook de Stevenskerk in Nijmegen liet zich kortgeleden van een andere kant zien. Dat dit huis van God nog wel z'n deuren opent voor het gelovige publiek, maakt het alleen maar mooier. Een boekenmarkt op heilige grond – ik had er nog nooit van gehoord.
Je verwacht het ook niet. Liedboeken en bijbels, logisch, maar een verzameling sprookjes, korte verhalen van Roald Dahl, een naslagwerk over spannende spelletjes en andere ongebruikelijke boeken, zoals dat van Martin van Amerongen over het recht op een hedonistisch bestaan? Een beetje vreemd was het wel. De eeuwige, indringende blik van heiligen stelt je niet op je gemak. En de vloer draagt denk ik veel liever iets anders dan de duizenden pagina's met woorden en afbeeldingen die niet thuishoren in een gebouw met zo'n beladen achtergrond.
Bij binnenkomst herinnerde ik mij enkele voorvallen uit mijn jeugd. Ik zag mijn oma de klokken luiden. Soms liet ze ons het radarwerk in beweging helpen, waarbij we vergaten de touwen op tijd los te laten en onze kleine lichaampjes een meter mee de lucht in werden getrokken. Leuker was het verzamelen van de liturgieën na afloop van een dienst en deze van het balkon naar beneden laten dwarrelen.
Ik zie er nu de kinderlijke ondeugd in terug, hoewel mijn oma er destijds niet om kon lachen. Misschien kon God dat wel en heeft hij ons terstond vergeven. Daar dacht ik aan, half luisterend naar het geprevel van het orgel op de achtergrond, in een poging van de organist om het hele gebeuren te rechtvaardigen door er een religieuze draai aan te geven. Met gepaste stilte schreed de boekenliefhebber langs de tientallen kraampjes. Ik bedwong de drang om vanaf de kansel een gedicht voor te dragen. Die kinderlijke ondeugd zit blijkbaar nog steeds in mij. Had ik het maar gedaan.
De muziek galmde langs de pilaren, gleed onder de banken door en verdween uiteindelijk in het absorberende papier. We namen enkele boeken mee naar voren, waar ik contant betaalde. Even eerder hoorde ik het ratelen van het pinapparaat en dat is het laatste wat ik die avond had willen horen. Zoiets hoort niet in een kerk.

1 juli 2008 · Categorie: blog


Evolutie

Zelfs de angsten van een lezer vervagen met de tijd. Een aantal jaren geleden durfde ik amper een nieuw boek op te pakken zonder bang te zijn voor inktvlekken, ezelsoren en haarscheurtjes in de rug. Ik huiverde voor glanzende kaften, want hierop laat je al snel een vette vingerafdruk achter. Vlug wegvegen met de manchet van je jas zodat je zeker was van een onaangetast exemplaar voor de volgende geïnteresseerde. Ik keek hierbij altijd schichtig om me heen, terwijl andere klanten hun aandacht richtten op alles behalve mij. Ik verkeerde in een nieuwsgierige en onzekere toestand van een kind de iets nieuws leert. Boeken koop ik namelijk nog niet eens zo heel lang. Het is minder dan tien jaar geleden dat ik een klasgenoot een roman zag kopen om het thuis of onderweg in de trein tot zich te nemen. Zoiets was mij vreemd en het heeft daarna nog een paar weken geduurd voordat ik zelf met een boek bij de kassa stond.
En dan moet je het gaan lezen. Best een moeilijke opgave als je je bedenkt dat ik niet van gebruikerssporen hield. Zelfs niet nu het van mij was en ik het niet terug hoefde te leggen. Hoe lees je als je de pagina's net niet ver genoeg om kunt slaan en geen druk mag uitoefenen op het hart van het boek om te voorkomen dat het zelfstandig open blijft liggen? En hoe houd je het vast? In heb tot op dit moment nooit bewust ingezien dat ik het mijzelf op deze manier onnodig moeilijk maakte en dat zich daardoor een evolutie heeft voltrokken. Langzaamaan ben ik van het ene uiterste naar het andere gegleden. Als ik ben aanbeland bij de laatste pagina van een boek en mij vingers de laatste regels voelen, bekijk ik het geheel en constateer ik – op basis van een veeg hier en daar, een paar piepkleine ezelsoortjes, soms een druppel koffie en het kleurverschil van enkele pagina's – dat het verhaal tot een goed einde is gekomen. Daarmee bedoel ik dat ik het van a tot z heb gelezen en het met een tevreden gevoel terug in de boekenkast kan zetten. Ik ben één met het verhaal. Bovendien is geen enkele boekhandel bereid het boek weer in de schappen te leggen.

1 april 2008 · Categorie: blog