Woorden

Met enige regelmaat besef ik onder het lezen dat woorden dienstbaar zijn aan de schrijver. Een vreemde gewaarwording is dat, want hoe je het ook bekijkt: woorden protesteren niet. Overgeleverd aan de wil van hun gebruiker nemen ze de plek in die hen wordt toegewezen. Samen vormen ze zinnen die, bijeengebracht en in hun geheel nog een keer gerangschikt, verhalen vertellen. Het fascinerende hiervan is dat je de inhoud tot je moet nemen zoals het er staat. Woorden zijn, eenmaal aan papier toevertrouwd, onherroepelijk.

Zo staat de woordvolgorde van dit stukje vast zodra het gedrukt is en heb ik niet langer invloed op hoe u, de lezer, de boodschap in u opneemt. Een schrijver laat dus eerst zijn autoriteit gelden door met woorden te zeggen wat hij wil, waarna hij die macht uit handen geeft en het verhaal een eigen leven laat leiden.

De een heeft er vervolgens die mening over, een ander vindt er weer iets anders van. Ik geniet van de respons die mijn stukjes opleveren. Het streelt mijn ego, maakt me blij, stimuleert me door te gaan en zet me soms met beide voeten terug op aarde. Als ik na een tijdje oudere stukjes lees, zie ik altijd dingen die ik beter had kunnen doen. Ik vraag mezelf dan af hoe die woorden in de eerste versie zich wel niet moeten voelen.

Eigenlijk denk ik dat bij alle woorden die ik lees. Hoe voelt een woord, onderdeel van een groter geheel, zich tussen zijn soortgenoten? Weet het dat het een onbeduidende rol speelt of juist van wezenlijk belang is voor het eindresultaat? Woorden praten niet, maar ze zeggen wel heel veel. Woorden verwoorden de gedachten van hun schrijver, ook als het om de weergave van feiten gaat. Niets is subjectiever dan taal, volgens de Dikke Van Dale: het systeem van spraakklanken door middel waarvan mensen met elkaar communiceren en de schriftelijke vastlegging hiervan.

Mijn wereld staat op papier. Mijn wereld komt naar voren in de verslaggeving van vergaderingen in dorpsgemeenschappen, in artikelen over scholen die verkeersveiliger worden, in interviews met mensen die ik bewonder en in columns als deze, die mij de kans geven te schrijven over wat mij bezighoudt; dikwijls persoonlijke ontboezemingen die ik anders niet kwijt had gekund.

Collega's verklaren mij voor gek als ik vertel dat ik al mijn stukjes uitknip en bewaar. Dat hou ik nooit vol, is de opvatting. Tot op heden heb ik het wel volgehouden, omdat ik het gewoonweg niet over m'n hart kan krijgen eigen teksten bij het oud papier te doen. Daar zijn de woorden die ik schrijf mij veel te dierbaar voor.

16 februari 2007 · Categorie: blog


Poëzie op straat

Een vreemde gedachte is het eigenlijk: mensen die de pennevruchten van beroemde dichters met voeten treden. En toch gebeurt het. Letterlijk. Dagelijks lopen duizenden over woorden zonder acht te slaan op de boodschap van de schrijver, verzonken in gedachten en zich niet bewust van het gegeven dat je zo bijdraagt aan het in de vergetelheid raken van poëzie. Want poëzie slijt wanneer het in de vorm van dichtstenen onder de mensen wordt gebracht.

Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland, kent sinds het afscheid van burgemeester John te Loo, veertien jaar geleden, een heuse poëzieroute. Inmiddels ligt overal in de binnenstad de schrijfkunst op straat, zesendertig gedichten in totaal. Zowel oud als nieuw werk komt aan bod.

Ik maakte kennis met dit verschijnsel toen ik op weg was naar de kapper en het laatste stukje moest lopen. Net voor de Vrouwenpoortsbrug stuitte ik op een gedicht van Willem Frederik Hermans, las de eerste regel in spiegelbeeld en deed terstond een stap opzij, opdat ik er langs kon lopen. Ik reageerde zonder na te denken, keerde om en bleef een paar passen voor de dichtsteen staan, misschien wel met opzet in de weg van mensen die mij haastig voorbij gingen en over de gedachten van een groot schrijver heen hun pad vervolgden. Op zo’n moment lopen de rillingen je over de rug. Het leven kent al zo weinig respect. Wie haalt het in godsnaam in z’n hoofd om juist daar, en op talloze andere gedichtonlogische plekken, poëzie te verstenen en deze zodoende over te leveren aan de voetstappen van de massa, die tegenwoordig niet meer weet hoe krachtig en fragiel poëzie kan zijn?

De nationale gedichtendag van dit jaar, welke plaatshad op donderdag 25 januari, stond in het teken van stilte en eenvoud. Hoewel poëzie zoveel meer is dan stilte en eenvoud alleen, zegt het thema hoe met dichtkunst om te gaan. De organisatie vroeg om rust en concentratie. Onvermijdelijke stilte wanneer de betekenis van een gedicht onzegbaar is. Een gedicht zegt niets zolang het met voeten getreden wordt.

De dichtstenen van Gerard Reve en Ida Gerhardt zijn in verband met werkzaamheden tijdelijk verwijderd. De website van de poëzieroute (www.poezieroute.nl) meldt echter weinig hoopvol dat ‘in het Leeuwarder plaveisel nog genoeg plekken resteren waar de poëzie als ondergrond kan dienen.’ Als men mij ooit vraagt, hoop ik dat ze met een donker achterafsteegje komen.

26 januari 2007 · Categorie: blog